Friesland & Groningen


Het zal je maar overkomen, stel je voor, op een goede dag heb je zin om een paar dagen in het Noord-Nederlandse landschap rond te rijden. Zeg maar Friesland, Groningen en dan terug langs de Hoge Veluwe.
Na een gigantisch lange winter bereiden we ons stilletjes voor op wat zou komen. Het www wordt geraadpleegd, links en rechts wat informatie opgevraagd. Met mondjesmaat vindt je her en der wat documentatie, niet overdreven, zoals het een echte Hollander betaamt, eerder karig. Buiten een weekendje ‘Ronde van Vlaanderen’ heeft ons trotterke de laatste maanden de stelplaats niet verlaten. Vriesweer, sneeuwbuien tot ver in maart, ijzige wind, een hele waslijst aan winterse superlatieven kunnen we hier nog gerust aan toevoegen. Zelfs de eerste week van april bengelt de temperatuur niet ver van het vriespunt. De voorjaarspoetsbeurt van onze trotter zal nog even moeten wachten, eerst trekken we er op uit.
Maandag 10 april
Ver in de namiddag vertrekken we richting noord. Via de E19 richting Breda en zo verder naar Utrecht en Amsterdam. De klassieke avondfiles houden ons een kwartiertje op. Voorbij Amsterdam nemen we de N247 richting Volendam. We schikken nog even een oude bekende op te zoeken in Hoorn. We rijden door de klassieke verteerde havenbuurt. Enge straatjes, vuurrood gevlekte smalle gevels, weggeblakerde houten kozijnen, kroezelige terrasjes in een typische volksbuurt. Middeleeuwse panden, houten druifschuiten, je waant je in een ver verleden…
Even buiten de stadskern zoeken we D&D op, het weerzien is hartelijk. We dissen wat oude verhalen op, kletsen uren over koetjes en kalfjes, drinken een zoveelste glas wijn en kruipen ver na middernacht in onze bedstee.
Dinsdag 11 april
Rond tien uur rijden we uit
Hoorn. De vele buitenwijken zien er eigenlijk potsierlijk uit. Nederlanders
houden er een aparte smaak op na. Volgens mij getuigt het beroep van
architect hier niet echt van smaakvolle en weldoordachte aanpak, niet voor
niets dat Noord-België wordt overspoeld door Nederlandse nummerplaten, het
belastingvoordeel niet meegeteld.

De afsluitdijk is dan weer wel een parel van bouwkunst; Deze 29 km lange en 90 meter brede dijk draagt een uitstekende rijweg die de verbinding maakt tussen Friesland en Noord-Holland.
In Bolsward verlaten we de A7 en storten ons meteen in het echte Friese elfstedentochtlandschap. Zover het oog reikt, niets anders dan biljartplatte landerijen, kilometers aan grasvelden. De typische oubollige dorpjes hangen als een paternoster aan een lint, dat stevig zigzagt en waarop honderden tractors zich voortbewegen. Van Workum tot Hindeloopen, van Stavoren tot Bakhuizen. De fietser is hier heer en meester. De brede aparte paden leiden de tweewieler doorheen de weidse akkers, van kerk tot kerk, van haven tot haven.
Een gigantisch waternetwerk
verspreidt zich tussen de velden, de dorpen kriskras doormiddengezaagd door
honderden beekjes, wie hier geen boot heeft wordt niet ‘au serieus’ genomen.
De irreëel hoge, asymmetrische boerderijdaken doorprikken de eenvoud van de
natuur. De ‘Fries’ hoort hier thuis, eenvoud en vriendelijkheid siert de
mens, en gelijk heeft hij…

In Balk zoeken we achterin jachthaven ‘Lutsmond’ (52,90306-5,5975) de parking op, de GPS brengt ons er feilloos heen. Verharde staanplaats, elektriciteit en nagelnieuwe douches, zo groeit een parking uit tot een halve camping maar het is mooi meegenomen natuurlijk.
Met de fiets ploegen we ons, de wind nijdig op de kop, een weg naar het dorp. Kleine winkels hebben de hoofdstraat ingepalmd, geflankeerd door het zoveelste kanaal. Noeste knotwilgen tonen nog weinig groen. Een uurtje later zijn we terug op de parking. Net op tijd zo blijkt. De wind trekt stevig aan en wint nog steeds aan kracht. Felle windstoten beuken zich te pletter tegen de zijwanden van onze trotter. Onophoudelijk klettert de zoveelste regenbui op het aluminium. De voorjaarsstorm raast de hele nacht door het Noord-Nederlandse landschap, en wij, wij slapen, de schitterende Chardonnay dankbaar.
Woensdag 12 april
Het is ijzig, de wind is gaan liggen, wolken hebben plaats gemaakt voor een vrij mooie en heldere hemel. Later dan anders vertrekken we rond elf uur. We hobbelen over de Hollandse plavuizen het dorp uit richting Sneek. De kleine stad ademt nauwelijks wat cultuur uit. Twee achthoekige torentjes zijn verre getuigen van 18de eeuwse vestingwerken. Mooi maar niet spectaculair. We plaatsen ons op een parking net buiten de winkelstraat. Het grasperk naast onze trotter blijkt, net niet te laat opgemerkt, ‘de’ hondenpoepplek bij uitstek te zijn. Dit kan onmogelijk van één hond zijn, ik heb zelfs vragen of het überhaupt van een hond kan zijn. Tientallen kunstwerken verplichten ons tot miraculeuze dribbels, verwoede schijnbewegingen en menig hink-stapsprong. Lang leve het poepzakje…!
We kuieren wat door de hoofdstraat, knusjes ingeduffeld bezoeken we wat winkels, niet dat ze anders zijn dan bij ons, maar het is er vooral warm…



Een uurtje later zijn we
pleite. Van Franeker tot Stiens verder richting Noord. Kilometers voor
Hogebeintum rijden we naast de zeedijk, een hoge aarden wal beneemt ons
echter alle zeezicht. De kleine dorpjes worden schaarser, de velden zo niet
nog platter. Er valt weinig afwisseling te bespeuren. Juist voorbij de
afsluitdijk van Lauwersoog plaatsen we ons op de camping met dezelfde naam.
Een half uurtje later rijden we alweer met de fiets richting zee, eindelijk.
In de verte kan je makkelijk ‘Schiermonnikoog’ waarnemen. Langs de dijk
begint een schitterend fietspad, enkele kilometers verder zigzagt de wegel
doorheen militair gebied, landinwaarts langs tientallen vennen. De
mountainbikewielen baggeren zich een weg doorheen het mulle zand, dan weer
langs asfaltpaadjes, moederziel alleen volgen we het fietspad. 17 km verder
rijden we de camping terug op, lekker uitgewaaid trakteren we ons op een
lekkere mok koffie met een handvol praliné paaseieren, dit hebben we
zondermeer verdient, ah neen zeker. Al snel verdwijnt de lentezon achter de
horizon, tijd om mijn dagboek bij te houden…

Donderdag 13 april
’s Morgens raast de wind alweer over de eindeloze vlaktes. De regen van deze nacht heeft ontelbare plassen doen ontstaan. Het sanitair op de 4 sterren-camping is netjes, douchen echter moet op het Nederlands zuinigheidsritme, je hebt welgeteld 3 minuten lauw water, niet meer, niet minder. Voor een tweede douche moet je eerst enkele minuten wachten, tijd die wonderwel overeenkomt met afdrogen en aankleden, tiens tiens…

Rond tien uur rijden we af de camping richting Pieterburen. Het vrij kleine dorp huisvest de grootste Europese zeehondencrêche. Op de parking staan enkele auto’s, buiten het dierenverblijf is hier dan ook geen lap te beleven. Voor 2€ kan je binnen. Het opvangtehuis voor zieke en achtergelaten jonge zeehondjes is best knap ingericht. Wij hadden geluk, ‘dinertime’… slappe haring op een bedje van havermout, een teil voedingssupplementen keurig met trechter en darm tot diep in de muil, volpension voor 2,75€ per dag. We volgen de verzorgers. De groene outfit met muts en mondstuk verraden de bezigheid. Na een half uurtje houden we het voor bekeken. Op de parking nemen we het middagmaal. Ik besluit van geen vis naar binnen te spelen…


De streek hebben we zowat gehad, als je hier op een stoel gaat staan kan je gewoon het andere eind van de provincie zien, weien, grasvelden, links en rechts een rij bomen, wat kleine visserhuizen langs de zeedijk, een molen en …

De hemel is weeral dichtgetrokken, de wind raast als nooit tevoren. We besluiten de kuststreek te verlaten en af te zakken tot de Veluwe. De weg tot Groningen bulkt van de snelheidscamera’s. Via Hoogeveen en Zwolle tot Apeldoorn. Constant zwiepen de regenwissers over en weer. Onze trotter zweeft over het geasfalteerde wegdek. We raadplegen een laatste maal de GPS en melden ons rond 16 uur aan op camping ‘de hooge Veluwe’. De bosrijke Veluwe huisvest wel een dozijn campings, waarom deze nu juist onze aandacht trok, we weten het niet, feit is wel dat toen we ingecheckt hadden wel wat spijt kregen, ons perceel lag geen 100 meter van de autostrade, zij het achter een berm. Onophoudelijk kletst het hemelswater naar beneden, gaat dit dan nooit stoppen….
vrijdag 14 april
Wonder boven wonder, het
regent niet, de hemel lichtblauw, her en der wat lichtgrijze wolken, maar
die kunnen de pret niet bederven. De fietsen worden tevoorschijn getoverd,
de tenue aangetrokken. We informeren ons aan de receptie en vertrekken rond
half twaalf voor de ‘Warnsborn fietstocht’. Ongeveer 15km dwars door
natuurgebied. De regen van de laatste dagen heeft de bospaden tot
moddersporen herleid. Onze Mtb’s ploeteren zich een weg tussen de
wildwallen. De natuur is mooi, licht heuvelachtig en bosrijk. Dennen, berken
en vooral inlandse eiken sieren het landschap. Een uur of wat later staan we
terug op de camping en nuttigen uitgehongerd een uitgebreide broodmaaltijd.

De lentezon zorgt voor wonderen, iedereen huppelt rond, tientallen caravans en een handvol motorhomes rijden de camping op. Mijn fietshonger is nog niet gestild. Ik besluit nog een tweede parcours te doen; de Schotse Hooglandertocht, ruim 30km. Langs het graf van het ‘onbekende kind’, een Stonehenge-achtige opstelling ter nagedachtenis aan hen die niet hadden moeten sterven…
Wat verder dender ik een uitgebreid bosgebied binnen; het ideale en oorspronkelijke landschap voor de Schotse Hoogland-runderen, vandaar de naam van dit fietsparcours uiteraard. De bossen maken stilaan plaats voor enorme grote open vlaktes, zowat te vergelijken met de Limburgse streek tussen Leopoldsburg en Hechtel, maar dan veel heuvelachtiger.
De wind blaast frontaal, de bulten volgen elkaar nu razendsnel op, kuiten en dijen branden, het zuurstofdebiet vergroot, mijn hart gaat als een wilde tekeer en stuwt het bloed tot in het kleinste haarvat. Zalig toch, je zo wat afbeulen… Terug in de bewoonde wereld rij ik voorbij kasteel Rozendaal, een aardig stulpje uit 1721. Net voor de camping ligt nog zo’n kuitebijter. De laatste restjes energie vloeien langzaam weg. Meer dan 50km wegel zitten er op, onze fysieke conditie is niet slecht, maar het kan beter, de lange winter zit daar zeker voor iets tussen.
Rest ons nog een zalig douche, een dikke zjat koffe me een stuk toert… Op het tuinterras van de camping verwarmen we ons aan de lentezon, 15° en dolblij. ’s Avonds nog een filmke en dan… slapen gelijk een Schots Hooglandrund…

Zaterdag 15 april
Het is mistig, een schraal zonnetje probeert tevergeefs door de nevel heen te branden. We beslissen om af te zakken naar Noord-België en daar nog een nachtje te vertoeven. Misschien biedt het Paasweekend nog de mogelijkheid ons trotterke een flinke wasbeurt te geven, hopelijk lukt dat dan nog…
We passeren nog langs kasteel Rozendaal, achterin ligt een prachtig oud kerkhof. Zerken overwoekerd met een mosdeken, schots en scheef, de tombes van achterin de jaren 1800 zijn onleesbaar geworden, het heeft iets… Na dit ochtendwandelingetje vertrekken we regelrecht naar Antwerpen om zo een eind te maken aan dit Paasverlof.
Het had misschien wat beter gekund, het weer zat er andermaal voor veel tussen. Wel kan ik stellen dat Nederland en meerbepaald Friesland en Groningen me niet echt overtuigd hebben. Je geraakt er snel op uitgekeken. Hoorn en Markum zullen me wel bijblijven maar om daar nu pakweg een kleine 900 km voor te rijden?? De campings zijn overgewaardeerd, een ster minder lijkt realistischer. Grootwarenhuizen zoals in elk uit de kluiten gewassen Belgisch dorp vind je niet, je mag in Nederland blij zijn een warme bakker tegen te komen. Over de vriendelijkheid niets dan lof, de Nederlandse uitbundigheid heeft ook z’n goede kanten. We zijn lekker uitgewaaid, dat kunnen we zeker zeggen, we kunnen er weer een lap op geven…